Zijn prediking » Overdenkingen » Stromen des levenden waters


“Stromen des levenden waters zullen uit zijn binnenste vloeien”.
(Johannes 7:38b)

Omdat de vraag of we de Heilige Geest hebben van zo grote betekenis is, wensen we ons in de weg te stellen met een enkel woord de vragen te beantwoorden: Waarin ontdekt zich de tegenwoordigheid van de Heilige Geest? Als iemand de Heilige Geest in zich heeft, wat doet dan de Heilige Geest aan en in hem?

Toehoorders, de Heilige Geest ontdekt hem zijn verloren toestand, hetzij schielijk of langzamer. De Heilige Geest toont hem met de stukken, dat hij in Adam verloren ligt en dat ook al zijn werkzaamheden verloren zijn. Daarop openbaart de Heilige Geest hem de Heere Jezus Christus, en doet hem in de grond zijns harten toestemmen wat we vinden in Jesaja 45:24: “Men zal van Mij zeggen: Gewisselijk, in de HEERE zijn gerechtigheden en sterkte; tot Hem zal men komen”.

De Heilige Geest komt onder hem. Er staat in Deuteronomium 33:27: “De eeuwige God zij u een Woning; en van onder, eeuwige armen”. De Heilige Geest licht hem op, voert hem mee en brengt hem tot en in de Heere Jezus Christus.

De Heilige Geest maakt hem bekwaam om zich, hetgeen Christus voor Zijn volk heeft verworven, door het geloof toe te eigenen: de vergeving der zonden en de wedergeboorte.

De Heilige Geest schept in zijn hart vrede, vrede bij God en vrede van God; leert hem de beloften van God als in en door de Heere Jezus Christus verzegelde beloften zien, die ook aan hem, immers in Christus, gedaan zijn.

Wanneer de Heilige Geest in iemand is, dan komt Hij zo’n mens te troosten. De verworpenen laten zich door de mensen troosten. De uitverkorenen worden door God getroost, en de Heilige Geest doet dit door hun aandeel aan Christus en aan de weldaden van Christus op te klaren. Wanneer iemand door een waarachtig geloof de Heere Jezus Christus heeft aangenomen, dan weet hij wat er tussen God en zijn ziel is gepasseerd. Hij weet van de onderhandelingen, die er tussen de hemel en hem zijn geweest. Maar er is in hem ook een sterke behoefte aan het getuigenis uit Gods mond, namelijk door Zijn Woord en Geest. Alleen Gods volk weet van behoefte aan versterking. Zij verenigen zich met de bede van de dichter: “Zeg tot mijn ziel: Ik ben uw Heil” (Ps. 35:3). De Heilige Geest komt dan – bij de een in sterkere mate, bij de ander in mindere mate – te getuigen met hun geest, dat is met het wedergeboren geweten, dat men Gods kind is. De Apostel Paulus zegt: “Dezelve Geest getuigt met onze geest, dat wij kinderen Gods zijn” (Rom. 8:16).

De Heilige Geest komt de gelovigen te wijzen op de gestalten waaraan de beloften gedaan zijn. Verschillende van deze gestalten vinden we beschreven in de bergrede. Nu toont de Heilige Geest aan de gelovige, door deze gestalten te noemen, dat hem de belofte geldt, waaruit hij somtijds met vrijmoedigheid besluit, dat God hem genadig is.

Op andere tijden schenkt de Heilige Geest Zijn ondersteunende, verborgen ondersteunende werking. Een kind van God komt meestal onmiddellijk na zijn bekering in heel veel moeilijkheden. Nu is ’t het eerste werk van de Heilige Geest zo’n mens te ondersteunen. En hoe ondersteunt de Heilige Geest? Door hem in staat te stellen zijn hart voor God uit te storten, waarbij hij opmerkt hetgeen de psalmist uitdrukt in de woorden: “Want Hij neigt Zijn oor tot mij” (Ps. 116:2). Tengevolge daarvan ontvangt hij de vrijheid en de kracht om tot de Heere te spreken en wordt hij hoe langer hoe meer aangegord om tot de Heere te spreken. Dikwijls is het bij een ziel in deze werkzaamheden alsof zij niet kan ophouden te spreken. Jakob heeft daarvan veel gehad in de worsteling met de Engel des Verbonds. “En Hij zeide: Laat Mij gaan, want de dageraad is opgegaan. Maar hij (Jakob) zeide: Ik zal U niet laten gaan, tenzij dat Gij mij zegent” (Gen. 32:26). Onder deze werkzaamheden komt dan wel eens zulk een vrijmoedigheid in de ziel, dat zij zegt met de dichter van Psalm 118:14:

Gij zijt mijn God, U zal ik loven,
Verhogen Uwe majesteit.
Mijn God, niets gaat Uw roem te boven;
U prijz’ ik tot in eeuwigheid.

Dit gaat dan gepaard met een hernieuwde overgave des harten aan Christus, met een verkiezen, hartelijk verkiezen, van alle wegen van God. Daar is in het hart een voornemen om bij de Heere te blijven (Hand. 11:23).

Toehoorders, dit zijn de vertroostingen van de Heilige Geest. Wanneer de Kerk op aarde deze vertroostingen niet genoot, zou ze nergens doorkomen. Daarom bad de dichter van Psalm 143:10:

Uw goede Geest bestier’ mijn schreden,
En leid’ mij in een effen land.

Waar dus deze vertroostingen van de Heilige Geest zijn, steekt men het hoofd omhoog en wordt de ziel gewillig gemaakt om elke morgen het kruis weer op te nemen. Ge weet dat Christus hiervan spreekt: “Zo iemand achter Mij wil komen, die verloochene zichzelf, en neme zijn kruis dagelijks op en volge Mij” (Luk. 9:23). En een ander woord dat de Heere Jezus heeft gesproken, is hier ook zo gepast, namelijk: “Neemt Mijn juk op u en leert van Mij, dat Ik zachtmoedig ben en nederig van hart; en gij zult rust vinden voor uw zielen. Want Mijn juk is zacht en Mijn last is licht” (Matth. 11:29, 30).

Toehoorders, de aangenaamheid, de liefelijkheid, het zoete van de werking van de Heilige Geest in het hart, is toch niet uit te spreken. De ervaring van de dichter van Psalm 73 doet hem zeggen, en de gehele Kerk zegt het hem na: “Wien heb ik nevens U in de hemel? Nevens U lust mij ook niets op de aarde” (Ps. 73:25).

Wanneer de Heilige Geest in iemand wordt gevonden, dan blijft Hij. Hij leidt tot aan de dood en tot over de dood. “Opdat Hij bij u blijve in der eeuwigheid”, heeft de Heere Jezus gezegd in Johannes 14:16. En waarom zou Hij scheiden? Is Hij gekomen omdat wij naar Hem vraagden? Maar de Heere zegt immers: “Ik ben gevonden van hen, die naar Mij niet vraagden, Ik ben gevonden van degenen, die Mij niet zochten; tot het volk, dat naar Mijn naam niet genoemd was, heb Ik gezegd: Zie, hier ben Ik, zie hier ben Ik” (Jes. 65:1). Hij is uit eigen beweging gekomen en nu zal Hij ook krachtens dat welbehagen, waarom Hij is gekomen, eeuwig blijven. Geen macht kan Hem bewegen of noodzaken van de ziel te vertrekken, want “de goedertierenheid des Heeren is van eeuwigheid en tot eeuwigheid over degenen die Hem vrezen, en Zijn gerechtigheid aan kindskinderen” (Ps. 103:17). En David zegt op een andere plaats: “Uw goedertierenheid, HEERE, is in eeuwigheid; laat niet varen de werken Uwer handen” (Ps. 138:8).

De Heilige Geest blijft niet alleen met Zijn inwoning, maar ook met Zijn werking. Als de Heilige Geest dat niet deed, wat zouden de gelovigen dan ongelukkige mensen zijn. Hoort wat de apostel Paulus zegt in het u voorgelezen hoofdstuk (Rom. 8:26): “En desgelijks komt ook de Geest onze zwakheden mede te hulp; want wij weten niet wat wij bidden zullen gelijk het behoort, maar de Geest Zelf bidt voor ons met onuitsprekelijke zuchtingen”. Hij roept in ons. “En overmits gij kinderen zijt, zo heeft God de Geest Zijns Zoons uitgezonden in uw harten, Die roept: Abba, Vader!” Gal. 4:6). Hij spelt Zijn volk die Naam voor, Hij heeft de Naam van de Vader verklaard in het hart en nu zeggen zij die Naam na. Hieraan zijn de kinderen van God te kennen. Zij worden door de Heilige Geest geleid en dit veroorzaakt dat zij leren achter de Geest aan te komen.

Sommigen zijn uitgebroken, uit hun gevangenis gekomen zonder de werking des Geestes. Maar voor Gods kind is het weggelegd om door de leiding en werking van de Geest achteraan te komen. Als Die komt, komt hij vanzelf. “Dewijl wij nu dezelfde Geest des geloofs hebben, gelijk er geschreven is: Ik heb geloofd, daarom heb ik gesproken; zo geloven wij ook, daarom spreken wij ook” (2 Kor. 4:13).

(Uit: Preek over Johannes 7:38, 20 oktober 1925 te Rotterdam. Bundel 1961-’63, blz. 539-542.)