Zijn prediking » Overdenkingen » 10 december


“Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een iegelijk die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe”.
(Johannes 3:16)

Wat een woord! Wat een woord, nietwaar? In het paradijs was in één ogenblik alles veranderd. Als u Johannes 3:16 gelooft, dan is ook in één ogenblik alles veranderd, alles hersteld, ja, dan is meer geschonken dan we in het paradijs hebben gehad.

Johannes 3:16 is een woord dat wonderen doet, als de Heilige Geest het heeft gebruikt. Het maakt een geestelijk dood mens levend. Het maakt hém blij, die van droefheid niet weet waar hij zich zal bergen. Het redt hém, bij wie de vraag opkomt: zou het maar niet het beste zijn dat ik een eind aan mijn leven maak? Het bekleedt de naakte, het versiert de ontsierde, het reinigt de onreine, het verschaft tijdelijke, geestelijke en eeuwige goederen. Het geeft ons alles, en nog eens: in één ogenblik! Als God spreekt door middel van dit woord: “Daar zij licht” (Gen. 1:3), dan is er licht, maar het moet worden geloofd. Wie het niet gelooft, gaat eraan voorbij en hij keert zich tot het zichtbare en tastbare, en meent dat hij daarvan zijn hulp heeft te wachten. Zo is de wereld schijnbaar vol van hulpbronnen, maar vroeg of laat zal blijken dat het verdroogde beken zijn. Ach, wat zal dan de teleurstelling groot zijn! Het moet geloofd worden. We moeten het in het hart hebben. De Waarheid moet in ons hart staan geschreven. Men gelooft met het hart, zegt Paulus, en men belijdt met de mond (Rom. 10:10).

Acht het een groot wonder dat ge er nog zijt, want nu kunt ge nog terug. Straks zult ge niet meer terug kunnen, wanneer de dood in uw vensters is geklommen! Ach, er is geen bezinning in het graf! Gelooft het Woord! Het is een Woord dat door God Zelf is gesproken, en de zaak die erdoor wordt beschreven, is een zaak van God, en met zaken van God komt ge goed uit. Iemand heeft eens schoon gezegd: “Ik acht hen gelukkig, die een goede God, een goede zaak en een goed geweten hebben”. Dat is recht gesproken. Als u straks op uw ziekbed ligt, dan zou het weleens kunnen zijn dat er in de hemel geen gehoor meer voor u was. En wat moet u dan beginnen, van God verlaten? Hebt u er wat van gevoeld? Verlaten, overgegeven aan onszelf! “Geloof – zo hebben de apostelen gepredikt – in de Heere Jezus Christus, en gij zult zalig worden” (Hand. 16:31).

(Uit: Overdenkingen, 10 december. Preek over Johannes 3:16, 8 januari 1956 te Den Haag. Bundel 1955-’57, blz. 253-254.)