Zijn prediking » Overdenkingen » 18 februari


“Dit volk heb Ik Mij geformeerd, zij zullen Mijn lof vertellen”.
(Jesaja 43:21)

Het leven is: belijdenis van Christus doen en dit belijden te laten volgen op het geloof des harten. Dit heeft de wereld nodig. En God wil het!

U ziet misschien hoe arm de wereld is. Zij is slecht, zij staat schuldig, maar zij is ook zo arm, want zij zoekt het hier, terwijl alles roept: het is hier niet! Voor een mens die buiten de Heere Jezus Christus leeft en sterft, is alles immers teleurstelling – alles zal blijken teleurstelling voor hem te zijn. Het allergrootste goed is echter dat u van deze wereld kunt scheiden; de wereld van uw gezin, van uw familie, van uw kennissen. Dit, dat u belijdt dat in Jezus Christus redding, redding is voor eeuwig!

Werpt dat brood uit op het water (Pred. 11: 1). Doet het onder de voorzienigheid Gods. Doet het met rust in uw ziel. Als u het zó doet, dan zult u het in liefde hebben gedaan. Doet het en het zal niet ongezegend blijven. “Na vele dagen zult gij het vinden”. Dit is Gods Woord, Zijn belofte. Evenzo Hooglied 4:2 en 6:6: “Onder dezelve is geen jongeloos”. (Hier wordt de Gemeente vergeleken met een kudde schapen.) De Kerk van Christus is vruchtbaar door het Woord, en daarom kreeg zij van de Heere Jezus tot opdracht: “Predikt het Evangelie aan alle creaturen. Die geloofd zal hebben en gedoopt zal zijn, zal zalig worden; maar die niet zal geloofd hebben, zal verdoemd worden” (Mark. 16:15-16).

Maakt ook een geregeld en ernstig gebruik van de Bijbel. Leest de Bijbel, leest en onderzoekt de Bijbel. Gebruikt bij dit onderzoek wat aan de kant staat opgetekend; dit zijn voortreffelijke aantekeningen. En overweegt wat u leest en bidt gedurig, wacht niet tot u behoefte hebt aan het gebed. Zegt dus niet: “Ach, gij zegt: bidt gedurig; maar een mens kan niet bidden”. Dat is niet in nederigheid, maar in hoogmoed gesproken!

Weest door de genade Gods eenvoudig. Theoretiseert nooit. Hebt geen lust in deze dingen, twist niet over de Waarheid. Als u kunt, laat er dan wat van horen. Ziet niemand onvriendelijk aan; groet ieder mens. Nog eens: als u kunt, spreekt een woord. Wordt het ontvangen, dan heeft God u gebruikt; en wordt het niet ontvangen, dan keert uw vrede tot u terug (Luk. 10:6).

(Uit: Overdenkingen, 18 februari. Preek over Efeze 5:8, 17 november 1938 te Rotterdam. Bundel 1942-’47, aflevering 6/42, blz. 8-9.)