Zijn leven » Wie was ds. Paauwe?

Wie was ds. Paauwe?


ds. J.P. Paauwe (1872-1956)

Ds. Paauwe, in 1872 geboren als Jan Pieter Paauwe, werd in 1901 Nederlands Hervormd predikant te Yerseke. In 1907 nam hij een beroep aan naar Bennekom. Hier kwam het tot een conflict met de kerkelijke besturen. Doordat ds. Paauwe de inschrijving weigerde van enkele vrijzinnige nieuwe lidmaten die in een andere plaats belijdenis deden, werd hij in 1914 eerst geschorst en daarna afgezet. Op uitnodiging van sommigen ging hij voor in Den Haag en vestigde zich aldaar. Daarnaast bleef hij voorgaan te Bennekom. Ook preekte hij regelmatig in Utrecht, Delft, Rotterdam (Charlois en Kralingen), IJsselstein en andere plaatsen. Hij stichtte geen nieuwe gemeenten of kerk. Meer dan veertig jaar heeft ds. Paauwe na zijn afzetting gepreekt. In 1956 is hij in Den Haag overleden.

De prediking van ds. Paauwe trok reeds in Yerseke de aandacht. In aanraking gekomen met de geschriften van ‘oude schrijvers’, werd hij ontdekt aan zijn verloren staat buiten Christus. Zijn ernstige prediking trok vele hoorders. In Bennekom, eind 1911, was het volgens zijn eigen getuigenis “dat de Heere mij kwam verlossen uit de banden der Wet en overzette in de dierbare Heere Jezus, mij met Zichzelf verzoenende door het dierbaar bloed van Zijn lieve Zoon”.

Zijn prediking kenmerkt zich door grote ernst en betrokkenheid op zijn hoorders. De belangrijke inhoud van zijn prediking is Wet en Evangelie. Zowel de verloren staat en ellende van de mens door zijn val in Adam als de verlossing in Christus wordt door hem indringend voorgesteld. Hij leert dat Christus en de weldaden van het Genadeverbond worden aangeboden aan allen die met het Evangelie in aanraking komen. Hij onderscheidt inwendige roeping, zaligmakend geloof, rechtvaardigmaking en heiligmaking, maar scheidt deze weldaden niet. Een mens is niet eerder zalig dan wanneer hij, door de bijzondere werking van de Heilige Geest, in de inwendige roeping door een geschonken geloof Christus en Zijn weldaden aanneemt en met Hem verenigd wordt. Nadrukkelijk leert hij de zekerheid van het geloof.

Ds. Paauwe voelde zich ten volle verenigd met de geschriften van de Reformatoren, de Dordtse Synode en vele ‘oude schrijvers’ uit de 17e en 18e eeuw. Ook na zijn afzetting zag hij zichzelf als predikant in de Nederlandse Hervormde Kerk, maar dan de kerk van vóór 1816, dus vóórdat de kerk onder koning Willem I een nieuwe bestuursvorm kreeg en leervrijheid werd toegelaten. In kerkelijk opzicht stond hij geheel alleen. Hij waarschuwde voor andere kerkelijke gezindten vanwege belangrijke verschillen in de leer van het geloof en de orde des heils. Zijn hoorders raadde hij aan na zijn dood niet naar een kerk te gaan, maar thuis preek te lezen. Ook nu nog zijn verscheidenen van zijn vroegere hoorders en hun nakomelingen, maar ook anderen die niet tot zijn gehoor behoorden, ‘thuislezend’.

Veel preken van ds. Paauwe uit de periode 1922-1956 zijn uitgegeven en daarmee voor volgende generaties bewaard gebleven. Van hem kan worden gezegd: “En door hetzelve geloof spreekt hij nog, nadat hij gestorven is”.